![]() |
||||||||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||||||||
Alle leidsters werken vanuit dezelfde ideeën over de ontwikkeling van peuters. De antroposofie vormt de pedagogische basis.
Spelen is leren
Een peuter mag bij ons echt peuter zijn. Dat betekent dat de nadruk ligt op spelen. In alle rust kan hij de wereld ontdekken. Vooral in het vrije spel kan de peuter verwerken wat hij heeft gezien en gehoord: hij kan het zich eigen maken en er vervolgens wat van zichzelf aan toevoegen.
Een gezellige sfeer
Met vrolijkheid en liefde voor elk kind, zorgt de leidster voor een gezellige sfeer. Ze leert de kinderen respect te hebben voor elkaar. Ook zorgen we voor planten en dieren en voor de dingen om ons heen.
Er zijn duidelijke spelregels en een duidelijke structuur. De leidster legt de nadruk op wat er wel mag en laat zo vanzelf merken wat niet de bedoeling is.
Samenwerking met de ouders
De peuter is niet los te zien van zijn ouders en zijn omgeving. Hij maakt contact met de wereld via zijn ouders. Een peuter kan het bij Madelief pas echt naar de zin hebben als zijn ouders hem in vertrouwen achterlaten. Wij hechten daarom veel waarde aan contact en samenwerking met de ouders.
Leidster als voorbeeld
De peuter leert door nabootsing: het nadoen van volwassenen en kinderen uit zijn omgeving.
Alle klusjes die de leidster doet in de klas en in de tuin kan de peuter naspelen. Peuters kijken niet alleen wát mensen doen, maar ook naar de intentie waarmee ze het doen.